Biologisch Medisch Centrum  Utrecht Epe        Arts Paul van Meerendonk
Neurotransmitters

Deze site is opgericht door een zeer tevreden cliënt van het Biologisch Medisch Centrum

Biologisch Medisch Centrum
Behandeling CVS/ME

ATP energie
Dr Teitelbaum
Dr Meirleir
D
r Cheney
Arts Paul van Meerendonk

ADP-ATP efficiency
Cvs en fibromyalgie
CVS ME aantoonbaar
CVS legitiem
Res
earch direction
CT

Virus en DNA
Dr Kerr
esme
Dr Chia
Glutathion
Vitamine B12
Vitamine D
Zware metalen
Cadmium
FIR
Meetresultaten 1
Meetresultaten 2
Meetresultaten 3

Mentale klachten en de rol van neurotransmitters

Al decennia lang is een gestage toename van mentale klachten waarneembaar. Vooral

depressiviteit, angsten, slaapproblemen en hyperactiviteit zijn veelgenoemde problemen.

Dr. Brundtland van de wereldgezondheidsorganisatie geeft aan dat een dramatische

verhoging van het aantal mentale problemen wordt verwacht.

Over de oorzaken ontstaat door onderzoek momenteel ook steeds grotere kennis van

hersengerelateerde klachten. Deze kennistoename betreft vooral de rol van

neurotransmitters.

Een paar cijfers. In Engeland worden per week gemiddeld 20 miljoen antidepressiva en

10 miljoen tranquillizers geslikt.

In Amerika is depressiviteit één van de belangrijkste doodsoorzaken aan het worden. 19

miljoen Amerikanen hebben met depressiviteit te maken.

Zo'n 500.000 Amerikaanse kinderen krijgen farmaceutische antidepressiva en 8 miljoen

kinderen gebruiken Ritalin.

Neurotransmitter: een paracrien hormoon

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht behoren neurotransmitters tot de hormonen.

Er bevinden zich in ons lichaam drie groepen hormonen:

1. Endocriene hormonen, die via de bloedbaan over langere afstand hun

boodschap afgeven aan de 'doelcellen'.

2. Autocriene hormonen, die worden afgegeven door een cel om daarna weer naar

diezelfde cel, of eventueel de naastliggende cel, terug te keren. Ze steken als het

ware even hun neus buiten de deur om te kijken hoe het milieu is om dit binnen

te rapporteren. Eicosanoïden zijn de meest krachtige van deze autocriene

hormonen.

3. Paracriene hormonen, die hun boodschap afgeven via kanaaltjes of structuren

om zeker te zijn dat ze niet over grote afstanden circuleren. Tot deze

hormoongroep behoren de neurotransmitters. Alle neurotransmitters worden uit

eiwitten -aminozuren- vervaardigd.

De werking van neurotransmitters

Neurotransmitters hebben een zeer belangrijke functie in de hersenen. Ze reguleren

bijvoorbeeld onze stemmingen, eetlust, slaap en onze reactie op pijn.

Onze hersenen zijn opgebouwd uit cellen die we neuronen noemen. Deze neuronen

communiceren door chemische stoffen - neurotransmitters- en elektrische impulsen.

Deze neurotransmitters worden vrijgegeven in verbindingen, synapsen genaamd. In een

fractie van een seconde komen de neurotransmitters in contact met de naastgelegen

neuronen. Het oppervlak van deze neuronen zit vol verschillende eiwitmoleculen,

receptoren genaamd.

De neurotransmitter 'zwemt' in het vocht dat door de synapsen vloeit om zo in contact te

komen met de voor hém specifieke receptor. Hij geeft het elektrische signaal door

waarna de boodschap als het ware verder door de hersenen 'reist'. Als de

neurotransmitter zijn werk heeft gedaan zijn er twee opties: óf hij wordt weer door zijn

neuron opgenomen en blijft dus in circulatie óf hij wordt afgebroken door een enzym

zoals bijvoorbeeld mono-amino-oxydase.

Belangrijke neurotransmitters

Serotonine: stemmingsregulator en voorstof van melatonine. Onbalans in

serotonine is verantwoordelijk voor een groot aantal klachten zoals depressies,

eetstoornissen en slaapproblemen.

Dopamine en Noradrenaline: De 'Feel Good' neutransmitters voor energie en

controle. Een laag dopamine-niveau in de hersenen is verantwoordelijk voor de

symptomen van de ziekte van Parkinson.

GABA: rustgevende neurotransmitter. Een verlaagd niveau GABA wordt

geassocieerd met angst en epilepsie.

Adrenaline: stimulator. Helpt bij de reactie van het lichaam op stress.

Acetylcholine: betrokken bij herinnering, gedachten en alertheid. Een verlaagd

niveau van deze neurotransmitter associeert men met de ziekte van Alzheimer.

Glutamaat: 'ophitsende' neurotransmitter betrokken bij het cognitieve vermogen

van de hersenen, herinnering, beweging, maar ook bij versnelde afsterving van

neuronen.

Endorphinen: geven een gevoel van euforie.

Aminozuren als voorstof van neurotransmitters

TryptofaanSerotonine,Melatonine5 Hydroxy-

Tryptofaan(5HTP)Serotonine,MelatonineTyrosineDopamine,Adrenaline,NoradrenalinePhen

ylalanineDopamine,Adrenaline,NoradrenalineGlutamineGABA,Glutamaat

Basisvoorwaarden voor goed functionerende

neurotransmissie

Voor het goed functioneren van de neurotransmitter-communicatie zijn de volgende

zaken belangrijk:

1. Een constante stroom van bloed (zuurstof) naar de hersenen. De hersenen

vertegenwoordigen slechts 2% van het totale lichaamsgewicht maar slokken zo'n

15 tot 20% van het totale bloed in het lichaam op.

2. Zonder voldoende zuurstof kunnen de hersencellen niet voldoende ATP (Energie)

produceren om optimaal te werken. Onder een bepaald ATP niveau beginnen

hersencellen af te sterven. Omega-3 vetzuren genereren 'goede' eicosanoïden die

een goede bloeddoorstroming stimuleren.

3. Een stabiele bloedsuiker. Glucose is de 'brandstof' waarvan neuronen in de

hersenen voor bijna 100% afhankelijk zijn. Andere cellen en organen kunnen

naast glucose ook vet verbranden om ATP te produceren, neuronen kunnen dit

niet. De neuronen kunnen voor hooguit 2 minuten glucose -als glycogeenopslaan.

Dit betekent dat er een constante stroom van bloedsuiker naar de

hersenen nodig is. Een lage of sterk dalende bloedsuiker (hypoglykemie) laat als

eerste hersengerelateerde klachten zien als:

o geïrriteerdheid,

o vergeetachtigheid,

o concentratieproblemen,

o wisselende stemmingen,

o depressiviteit e.d.

Een hoge bloedsuiker geeft vooral op langere termijn problemen o.a. met de

bloeddoorstroming.

4. Voldoende Omega-3 vetzuren in de hersenen. Meer dan 60% van het gewicht van

de hersenen wordt bepaald door vet. Een groot deel van de langketenige omega-3

vetzuren is geconcentreerd in de hersenen waar ze een belangrijke rol spelen in

de celmembranen en de receptorgevoeligheid. Onderzoek laat zien dat omega-3

het serotoninegehalte kan verhogen.

5. Voldoende vitamines en mineralen. Vitamines zijn als coënzymen betrokken bij

het maken, verzenden en ontvangen van neurotransmitters. Mineralen regelen de

vochtbalans en het 'elektrische circuit' in de hersenen.

Bloed- hersenbariërre

De hersenen spelen een uitermate belangrijke rol in het lichaam, vandaar ook dat het

lichaam allerlei maatregelen heeft genomen om de hersenen van een constante toevoer

van bloed en bloedsuiker te voorzien. Omdat de hersenen zo belangrijk zijn moeten deze

beschermd worden tegen ongewenste stoffen. Glia-cellen spelen hierbij een belangrijke

rol en zijn in grote getalen in de hersenen aanwezig. Deze glia-cellen vormen de bloedhersenbarriëre.

In tegenstelling tot andere cellen waarvan het membraan kleine openingen heeft, houden

overlappende glia-cellen de membraan gesloten. Hierdoor kunnen bepaalde moleculen

zoals slecht in vetoplosbare, te grote, verkeerd gevormde of potentieel giftige

exemplaren niet passeren. De conditie van de gliacellen is bepalend voor de doorgang

van moleculen uit het lichaam naar de hersenen.

Er zijn verschillende aandoeningen waarvan bekend is dat ze de integriteit van de bloedhersenbarrière

kunnen beïnvloeden, zodat stoffen worden doorgelaten die normaal

zouden worden geweigerd. Voorbeelden zijn: hoge bloeddruk, diabetes, beroerte, M.S.,

herseninfectie, hersentumor, hoofdtrauma, aids, ziekte van Alzheimer, teveel ammonia in

het lichaam en veroudering.

De bloed-hersenbarrière bepaalt ook in hoeverre een stof als serotonine de hersenen

vanuit het lichaam kan bereiken. Serotonine komt namelijk voor zo'n 90% in maagdarmkanaal

en bloed voor en maar voor 2% in de hersenen. Serotonine kan in de

hersenen alleen maar aangemaakt worden uit tryptofaan of 5-HTP. Uit onderzoek blijkt

dat 5-HTP makkelijker de bloed-hersenbarriëre passeert dan tryptofaan.

Stress-respons

Mentale problemen hebben vaak een duidelijke relatie met stressfactoren. Onderzoeken

naar depressie geven duidelijk aan dat tweederde van de mensen met depressie óók lijdt

aan één of meer van de volgende ziektes: hoge bloeddruk, artritis, hart- en vaatziekten,

darmproblemen, lage rugpijn, chronische longproblemen of slaapproblemen.

Vooral de in de bijnier geproduceerde glucocorticosteroïden: cortisol, hydrocortison en

corticosterone, die effect op de hersenen hebben, zijn betrokken bij chronische stress.

Een langdurig hoog cortisolniveau veroorzaakt afsterven van neuronen, het verlies van

synapses en atrofie van de dendrieten (sprieten van de zenuwcel die prikkels geleiden in

de richting van het cellichaam).

Er wordt veel onderzoek gedaan naar de respons van het lichaam op chronische stress.

Volgens psychiater Charles Nemeroff van de Emory Universiteit in Amerika kan niet

alleen een overschot aan corticosteroïden problemen veroorzaken bij de stress respons;

er zijn ook aanwijzingen dat een overproductie van CRH (Corticotropin Releasing

Hormoon) in de hypothalamus hierbij een rol speelt.

Enkele significante bevindingen uit diverse studies:

Depressieve personen hebben een hoog CRH gehalte

Seksueel misbruikte vrouwen krijgen al bij zeer milde stress een abnormale CRH

verhoging.

Depressie wordt geassocieerd met een verhoogde productie van CRH in de

hypothalamus.

CRH geeft zijn boodschap niet alleen af aan de hypofyse maar ook aan de

amygdala, het centrale station in de hersenen dat met angst te maken heeft.

De hypothalamus-hypofyse-bijnieras speelt een belangrijke rol bij de werking van

neurotransmitters in de hersenen.

Verstoringen bij de neurotransmissie

Er zijn te veel of juist te weinig opgeslagen neurotansmitters in de opslagplaats

van de neuronen.

Verstoorde overdrachtactiviteit van neuronen. Dit betekent dat ze zeer gevoelig

zijn voor bepaalde signalen waarbij ze teveel neurotransmitters afgeven. Zo kan

bijvoorbeeld een overschot serotonine in de synapse zorgen voor slaperigheid en

verlies aan eetlust.

De 'pomp' die de re-absorptie reguleert van de neurotransmitter in de neuron

functioneert minder goed of niet. Als te weinig neurotransmitter-moleculen

worden gereabsorbeerd in het neuron zijn er mogelijk onvoldoende

neutrotransmitters aanwezig voor een reactie bij het volgende signaal.

Het enzymniveau is te hoog, bijvoorbeeld door een genetisch probleem of een

chronische ziekte. Hierdoor kan de neurotransmitter worden vernietigd vóórdat

die zijn receptor bereikt. Dit resulteert in een laag neurotransmitter niveau.

Andere moleculen bezetten de receptoren van de neurotransmitter. Hierdoor kan

de neurotransmitter zich niet binden aan de receptor en kan het signaal niet

worden afgegeven.

Het neuron is defect waardoor deze niet de goede hoeveelheden en het juiste type

receptoren kan aanmaken. Er zijn dan voldoende neurotransmitters maar ze

kunnen als het ware niet voldoende 'parkeerplaatsen' (receptoren) vinden om hun

signaal door te geven.

Oorzaken van verstoringen bij de neurotransmissie

1. Hormonale onbalans

In het bijzonder cortisol (stress) heeft enorme gevolgen voor de balans van

neurotransmitters in de hersenen. Zo wordt er bij een te hoog cortisolgehalte in

de lever meer geproduceerd van het enzym dat tryptofaan omzet naar kynurenine

en veel minder naar 5 HTP, de voorstof van serotonine. Hierdoor wordt dus de

aanmaak van serotonine belemmerd.

Ook ontneemt cortisol de hersenen van hun enige energiebron glucose en werkt

te veel cortisol als een neurotoxine. Bovendien vermindert het de opname van

nutriënten en het hormoon DHEA.

Dit hormoon komt van nature zeer veel voor in de hersenen en is een belangrijke

'neurotropische' factor, zodat neuronen voor hun groei en bestaan afhankelijk zijn

van DHEA. Andere belangrijke 'factors' zijn NGF (Nerve Growth Factor) en IGF

(Insulin Growth Factor).Deze drie factoren stimuleren de groei van de

hersencellen.

Ook is DHEA een voorstof van de sexhormonen oestrogeen en testosteron. Een

onbalans in de sexhormonen oestrogeen, progesteron en testosteron kan leiden

tot een scala aan hersengerelateerde klachten waaronder angst, depressie en

paniek. Het belang van progesteron, testosteron en DHEA in de hersenen blijkt uit

het feit dat deze hormonen daar 20 maal meer voorkomen dan in het bloedserum.

2. Hypothyreoïdie

Hypothyreoïdie heeft vaak een uitwerking op de productie van GABA dat is

gerelateerd aan het celmetabolisme. Een tragere metabolische omzetting, geeft

minder GABA.

3. Candidiasis

Een chronische overgroei van schimmels en gisten, in het bijzonder Candida

Albicans, kan o.a. via daarvan afkomstige afvalstoffen problemen geven in de

hersenen.

4. Voeding

Teveel suiker, alcohol of cafeïne.

5. Voedingsgevoeligheden

Allergieën of intolerantie bijvoorbeeld voor melkproducten of tarwe maar ook voor

aspartaam of M.S.G.

6. Milieufactoren

Reacties op chemicaliën die neurotoxinen bevatten bijvoorbeeld oplosmiddelen of

zware metalen als aluminium, cadmium en lood.

7. Darmparasieten

Symptomen van parasitaire infecties zijn o.a. depressie.

8. Vitaminetekort

Tekorten aan vitaminen en mineralen, in het bijzonder B1, B2, B6, foliumzuur,

B12, C, magnesium, kalium, calcium en ijzer. Oorzaken hiervoor kunnen o.a. zijn:

slecht functionerende darmen, te weinig maagzuur, te weinig enzymen van de

alvleesklier of een jarenlang slecht voedingspatroon.

9. Tekort aan beweging

10. Tekort aan zonlicht

11. Medicijngebruik

12. Infectieziekten

Neurotransmitters en het belang van vitamines en

mineralen

Een tekort aan één nutriënt kan al een duidelijke uitwerking op de neurotransmitters en

hersenenwerking hebben en leiden tot mentale problemen. Belangrijk zijn o.a. vitamine

B6, B12, foliumzuur, magnesium, zink, lithium en rubidium.

Het was Linus Pauling die in 1968 als eerste aangaf dat onze voeding wellicht voldoende

vitamines -in het bijzonder de B vitamines- bevat om onze lichaamscellen van voldoende

voedingsstoffen te voorzien, maar dat daarmee absoluut niet zonder meer óók voldoende

voedingsstoffen voor de hersencellen worden geleverd. Dit heeft te maken met de bloedhersenbarrière;

het beschermingsmechanisme tegen toxische stoffen in de hersenen.

Vooral de water-oplosbare substanties hebben moeite deze bloedhersen barrière te

passeren. B-vitamines zijn wateroplosbaar en passeren deze barrière moeilijk. Door ze

hoger te doseren is het mogelijk om meer van de noodzakelijke B-vitamines in de

hersenen te krijgen.

Vitaminetekorten

Het volgende overzicht geeft voor diverse belangrijke vitamines aan wat de mogelijke

bijbehorende symptomen kunnen zijn:

B1 (Thiamine)

Symptomen: depressie, apathie, angst, geïrriteerdheid, Korsakoff's

syndroom

B2 (Riboflavine)

Symptomen: depressie, irritatie

B3 (Niacine)

Symptomen: depressie, angst, manie, delirium, labiliteit, irritatie,

dementie

B5 (Pantotheenzuur)

Symptomen: onrust, depressie, vermoeidheid, irritatie

B6 (Pyridoxine)

Symptomen: depressie, irritatie, gevoeligheid voor geluid

B12 (cyanocobalamine)

Symptomen: depressie, psychose, verwardheid, geheugenverlies,

hallucinaties, paranoia, irritatie

Foliumzuur

Symptomen: vergeetachtigheid, slaapproblemen, apathie, depressie,

psychose, dementie, irritatie

Biotine

Symptomen: depressie, matheid, slaperig

Vitamine-C

Symptomen: matheid, depressie, hysterie

Een multivitamineralen-supplement is bij mentale aandoeningen dan ook geen

overbodige luxe. Overigens kan ook een overschot aan bepaalde vitamines voor

ontregeling in de neurotransmissie zorgen. Koper is daarvan een voorbeeld.

Tot slot

Kijkend naar de onderzoeken van de laatste jaren dan zien we dat de hersenfunctie

wordt gedomineerd door

4 belangrijke biochemische systemen te weten:

1. de Serotoninegroep ('mood' en slaap)

2. de Dopaminegroep (energie)

3. de Gabagroep (rust)

4. de Acetylocholinegroep (herinnering en denken)

De belangrijkste vitamines en mineralen die bij de verschillende processen in deze

groepen betrokken zijn: vitamine B3, B6 en B12, foliumzuur, vitamine-C, magnesium,

zink, mangaan, ijzer en koper.

Toename mentale klachten

De grote toename aan mentale klachten heeft geleid tot een enorme stijging van

voorgeschreven farmaceutische middelen. Voorbeelden van zulke middelen zijn: Prozac,

Seroxat, Ritalin enz. Deze middelen kunnen in verschillende situaties zeker een positieve

werking hebben maar laten ook zeer veel negatieve werkingen zien(vaak onterecht

'bijwerkingen' genoemd), vooral vaak bij onterecht chronisch gebruik.

Meest gerapporteerde negatieve werkingen van anti- depressiva zijn:

slaapproblemen, slaperigheid, duizeligheid, tremoren, zenuwachtigheid, geïrriteerdheid,

verwardheid, emotionele instabiliteit, misselijkheid, diaree, anorexia, angsten, zweten,

verminderd libido, impotentie, hoofdpijn, hoge bloeddruk, tinnitus, pharyngitis,

verwardheid, droge mond, dyspepsie.

Voor meer informatie over anti-depressiva wordt verwezen naar het boek "The

antidepressant factbook" van Peter R.Breggin.

Literatuur

The serotonin connection - O.J. Seiden M.D. ISBN 0-7615-1661-1

5 HTP - M.Murray N.D. ISBN 0-553-37946-1

Natural healing for depressoin-J. Strohecker ISBN 0-399-52537-8

The Brain wellnessplan - Dr.J. Lombard - C.Germano ISBN 1-57566-230-2

Mental and elemental nutriënts - Carl C. Pfeiffer Ph.D-MD ISBN 0-87983-114-6

Natural highs - P.Holford & dr. H.Cass ISBN 0-749

The anti-depressant Fact book- P.R. Breggin M.D. ISBN 0-7382-0451-X

bron: ortholon.com
 

Dr. Eric Braverman, an authority on brain chemistry, as saying: “The more GABA-producing foods you eat, the more you will be able to create.”

Owens lists the following GABA-producing foods:

  • almonds
  • bananas
  • beef liver
  • broccoli
  • brown rice
  • halibut
  • lentils
  • oranges and other citrus fruits
  • rice bran
  • spinach
  • tree nuts
  • walnuts
  • whole wheat and other whole grains such as whole oats

Owens also says that fish (especially mackerel) and wheat bran have the highest concentration of naturally occurring GABA

What causes people to have low levels of GABA?

Clinical nutritionist Blake Graham says factors that reduce GABA levels in our bodies include:

  • a lack of glutamine (the precursor of GABA)
  • low levels of vitamins B1 and B6, and the minerals zinc, manganese and iron
  • chronic stress
  • chronic pain
  • not enough sleep
  • low levels of the hormone progesterone
  • exposure to mercury and lead
  • alcohol withdrawal
  • high amounts of caffeine
  • excessive electromagnetic radiation
  • too much loud noise